
Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004
Artikel 16
1
De betrokkene wordt binnen een termijn van ten hoogste acht weken nadat de zaak bij het tuchtgerecht aanhangig is gemaakt opgeroepen om op een door de voorzitter te bepalen dag en uur ter zitting te verschijnen.
2
De oproeping wordt ten minste twee weken voor de dag van de zitting aan de betrokkene gezonden en vermeldt de plaats van de zitting.
3
De oproeping gaat vergezeld van een afschrift van de in artikel 15 bedoelde verklaring en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken.
4
De oproeping houdt in:
a
de namen, het beroep en de woonplaats van de ter zitting opgeroepen getuigen en deskundigen;
b
de mededeling, dat de betrokkene bevoegd is getuigen en deskundigen ter zitting mede te brengen.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.